Dit besluit volgt uit de versobering van de youngtimerregeling naar aanleiding van het amendement Grinwis/Oosterhuis bij het Belastingplan 2026 (V-N 2025/54.9). Hiermee geeft Heijen ook gehoor aan een oproep van leden van verschillende fracties in de Eerste Kamer die vragen om een overgangsregeling.
Per 1 januari 2026 regelt het amendement dat een aan een werknemer ter beschikking gestelde of vanuit de IB-onderneming ter beschikking staande auto jonger is dan 16 jaar, het privévoordeel in 2026 wordt belast via een belastingheffing over een bijtelling van 22% of 25% van de cataloguswaarde van deze auto. Vanaf het moment dat een auto 16 jaar is, geldt op basis van het amendement in 2026 een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer. Het amendement regelt verder dat per 1 januari 2027 de leeftijdsgrens nogmaals wordt verhoogd naar 25 jaar. Vanuit de Eerste Kamer zijn zorgen geuit over het ontbreken van een overgangsregeling. Hierdoor is het lastig, dan wel niet mogelijk om desgewenst te anticiperen op de versobering van de youngtimerregeling. Het goedkeurende beleidsbesluit zal de dag na publicatie in de Staatscourant in werking treden met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026. Uiterlijk op 1 januari 2027 wordt de goedkeuring omgezet in wetgeving.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.20
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13BIS
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 17 december
Informatiesoort: VN Vandaag