Advocaat-generaal Medina concludeert dat het in strijd is met het EU-recht dat QJ, als aansprakelijk gestelde bestuurder voor de door de vennootschap VN onbetaald gelaten BTW-schuld, niet in eigen naam tegen de aan VN ambtshalve opgelegde BTW-aanslagen kan ageren.

QJ is zaakvoerder van de Luxemburgse vennootschap VN. De Luxemburgse Belastingdienst legt twee ambtshalve BTW-aanslagen op aan VN. Het bezwaar hiertegen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Omdat VN de verschuldigde belasting niet betaalt, wordt QJ aansprakelijk gesteld. QJ is het hier niet mee eens. Hij stelt vervolgens dat het in strijd is met art. 47 Handvest EU dat hij niet de mogelijkheid heeft om beroep in eigen naam in te stellen tegen de aan VN opgelegde aanslagen. De Luxemburgse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. 

Advocaat-generaal Medina concludeert dat het in strijd is met het EU-recht is dat QJ, als aansprakelijk gestelde bestuurder voor de door de vennootschap VN onbetaald gelaten BTW-schuld, niet in eigen naam tegen de aan VN ambtshalve opgelegde BTW-aanslagen kan ageren. Volgens de A-G moet aan een bestuurder het recht worden toegekend om op te komen tegen de in een aanslag vastgestelde feitelijke en juridische omstandigheden, voor zover dit beslissend is voor de uitkomst van de tegen hem gevoerde procedure.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Invordering, Europees belastingrecht

Editie: 10 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen