X staat sinds 2003 geregistreerd als ondernemer voor de omzetbelasting wegens verhuur van onroerend goed. X koopt in 2007 een landgoed met diverse opstallen, waaronder een monumentenpand, arbeiderswoningen en een molen. X heeft plannen om drie arbeiderswoningen te slopen en vier bouwkavels te realiseren. X sluit met de gemeente en een molenstichting een intentieovereenkomst die bebouwing van vier kavels mogelijk maakt. X laat archeologisch onderzoek verrichten, een vijver aanleggen, de toegangsweg verharden en nutsvoorzieningen tot aan de kavels aanleggen. In het tweede kwartaal 2019 levert X twee kavels en voldoet € 219.387 aan omzetbelasting. In geschil is of X bij de levering van de twee bouwkavels handelt als ondernemer voor de omzetbelasting.
Hof Amsterdam oordeelt dat X bij de levering van bouwkavels handelt als ondernemer voor de omzetbelasting. X onderneemt diverse actieve stappen die vergelijkbaar zijn met die van een handelaar (Slaby & Kuc, C-180/10 en C-181/10, V-N 2011/50.19). X initieert bestemmingswijziging en bebouwingsmogelijkheden, sloopt arbeiderswoningen, laat onderzoek verrichten, maakt de grond bouw- en woonrijp, zorgt voor infrastructuur en benut een makelaar. Dat de kavels tot het privévermogen behoren en dat X slechts eenmalig kavels levert, acht het hof niet beslissend. Het hoger beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 7