Hof Amsterdam oordeelt dat de activiteiten van X voor het opzetten van een halalreisorganisatie geen winst uit onderneming vormen en dat sprake is van een kenbare fout die navordering rechtvaardigt.

X vermeldt in zijn aangiften IB/PVV 2019 tot en met 2021 negatieve winst uit onderneming zonder omzet. De inspecteur corrigeert voor 2019 de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. De winst over de jaren 2020 en 2021 is vastgesteld op nihil. In hoger beroep is onder andere in geschil of: i) de activiteiten van X winst uit onderneming vormen, ii) sprake is van een kenbare fout die navordering rechtvaardigt en iii) de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden.

Hof Amsterdam oordeelt dat de activiteiten van X voor het opzetten van een halalreisorganisatie geen winst uit onderneming vormen en dat sprake is van een kenbare fout die navordering rechtvaardigt. Omdat een objectieve winstverwachting ontbreekt, is er geen sprake van winst uit onderneming en bestaat er ook geen recht op ondernemersaftrek. Voor 2020 ontbreekt een nieuw feit, maar de conform de aangifte opgelegde aanslag berust op een kenbare fout bij de geautomatiseerde verwerking, zodat navordering mogelijk is. Ook X' beroepen op de beginselen van behoorlijk bestuur slagen niet. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.2

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.4

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 13 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen