X heeft een pensioenaanspraak jegens Bedrijf 2, waarvan X tot en met 31 december 2017 aandeelhouder-enig bestuurder is. Bedrijf 2 is op 31 december 2017 ontbonden en geliquideerd. Op grond van art. 38o Wet LB 1964 wordt bij afkoop in 2017 de fiscale balanswaarde van de pensioenverplichting verminderd met 34,5% belast en wordt er ter zake van die afkoop geen revisierente berekend. In geschil is onder meer of de inspecteur terecht de afkoopfaciliteit van art. 38o Wet LB 1964 niet heeft toegepast.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur terecht de waarde van de pensioenaanspraak volledig heeft belast. Nergens blijkt uit dat het pensioen actief is prijsgegeven of afgekocht. Bij de liquidatie van Bedrijf 2 is met het pensioen niets gedaan en is het pensioen verloren gegaan. Omdat door de liquidatie de aanspraak is prijsgegeven terwijl deze door de aanwezigheid van een vordering op X voor verwezenlijking vatbaar was, is er een onregelmatige handeling waardoor het pensioen volledig wordt belast. Er is niet voldaan aan de voorwaarden die art. 38n Wet LB 1964 stelt aan gebruikmaking van de afkoopfaciliteit. Daardoor heeft de inspecteur ook terecht revisierente in rekening gebracht.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 38N
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 38O
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30I
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Loonbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 24 februari
Informatiesoort: VN Vandaag