Hof Den Haag oordeelt dat X geen recht heeft op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten. De gemaakte kosten vallen buiten de limitatieve opsomming van aftrekbare uitgaven of zijn onvoldoende onderbouwd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

X doet aangifte IB/PVV 2021 en geeft als persoonsgebonden aftrek specifieke zorgkosten van € 2784 op. De inspecteur accepteert een aftrek van € 306. X stelt dat hij en zijn zoon door chronische pijnklachten en ziekten extra uitgaven hebben voor onder meer dextrose, een speciale contactlens, eiwitrijk voedsel en vervoer. Hij overlegt betalingsbewijzen van winkels en openbaar vervoer. X gaat in bezwaar en (hoger) beroep. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur de aftrek specifieke zorgkosten terecht heeft gecorrigeerd en verklaart X’ beroep ongegrond. In hoger beroep is in geschil of X recht heeft op een hogere aftrek aan ziektekosten.

Hof Den Haag (V-N 2026/7.1.2) oordeelt dat X geen recht heeft op een hogere aftrek van specifieke zorgkosten. De gemaakte kosten vallen buiten de limitatieve opsomming van aftrekbare uitgaven of zijn onvoldoende onderbouwd. X’ hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 14 april

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen