Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de aanslag IB/PVV 2015 niet wordt geschorst wegens het ontbreken van evidente onrechtmatigheid. Het verzoek tegen invorderingsmaatregelen is niet-ontvankelijk.

X ontvangt een aanslag IB/PVV 2015, vermeerderd met belastingrente. Na ongegrondverklaring van zijn bezwaar door de inspecteur stelt X beroep in bij de rechtbank. Die verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag. X gaat in hoger beroep bij het hof, welke procedure onder een ander zaaknummer bekend is (24/1592). Vervolgens verzoekt X om een voorlopige voorziening, gericht op schorsing van de aanslag en het opheffen van lopende invorderingsmaatregelen. In geschil is of het hof een voorlopige voorziening moet treffen door de aanslag IB/PVV 2015 of de invorderingsmaatregelen te schorsen.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat geen sprake is van een evident onrechtmatig opgelegde aanslag, zodat het verzoek om schorsing daarvan kennelijk ongegrond is. Voor zover het verzoek ziet op invorderingsmaatregelen ontbreekt een lopend beroep tegen een invorderingszaak waarin de belastingrechter bevoegd is, waardoor niet aan de eis van connexiteit wordt voldaan. Het hof verklaart het verzoek ten aanzien van de aanslag IB/PVV 2015 kennelijk ongegrond en het overige kennelijk niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.81

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.83

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.84

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Invordering

Editie: 28 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen