Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, omdat zij in Duitsland door haar geringe inkomen geen belasting betaalt.

X heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in 2019 in Duitsland. Haar gehuwde partner ontvangt een WIA-uitkering van € 30.811 en is aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Op basis van het belastingverdrag met Duitsland is de AOW-uitkering van € 10.683 die X ontvangt in Duitsland belast. In hoger beroep is in geschil of X uit informatie op de website van de Belastingdienst het vertrouwen mag ontlenen dat zij als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige wordt aangemerkt. Partijen zijn het daarnaast niet eens over de mogelijke uitbetaling van de heffingskorting.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is, omdat zij in Duitsland door haar geringe inkomen geen belasting betaalt. Haar totale inkomen is namelijk hoger dan de aldaar geldende belastingvrije som. X beroept zich vergeefs op algemene inlichtingen van de Belastingdienst. Gesteld noch gebleken is namelijk dat X op basis daarvan een handeling heeft verricht of nagelaten die tot een andere fiscale uitkomst heeft geleid dan zij daaruit meende af te leiden. Het EU-recht noopt evenmin tot uitbetaling van de heffingskorting. Een inwoner van Nederland zou in gelijke omstandigheden namelijk ook geen heffingskorting krijgen (zie: V-N 2022/29.3). Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.8

Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 artikel 21BIS

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 11 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

34

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen