Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de uitkering uit de Anw-hiaatverzekering kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking. De rechtbank verwerpt het standpunt dat de uitkering onbelast blijft doordat X de verzekering individueel heeft afgesloten.

De echtgenoot van X werkt in loondienst en raakt in 2006 in een coma. De werkgever van de echtgenoot en de vakbonden bieden een Anw-hiaatpensioen aan via stichting Pensioenfonds van de Metalektro (PME). X meldt haar echtgenoot aan. In 2009 wordt haar aanmelding met terugwerkende kracht tot 1 januari 2008 geaccepteerd. X is begunstigde en betaalt de premies zelf. Sinds 2016 ontvangt zij Anw-hiaatpensioen van PME. De inspecteur corrigeert de aangifte IB/PVV 2020 door de Anw-hiaatuitkering geheel belast in aanmerking te nemen. In geschil is of de uitkering belastbaar inkomen uit werk en woning vormt. 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een voldoende causaal verband bestaat tussen de Anw-hiaatuitkering en de vroegere dienstbetrekking van de echtgenoot, waardoor de uitkering loon uit vroegere dienstbetrekking vormt. De verzekering volgt uit een sociaal akkoord tussen werkgever en vakbonden, wordt aan werknemers aangeboden en de aanspraak ontstaat in de context van het dienstverband. Dat X de premies individueel betaalt, de werkgever geen bijdrage levert en de aanvraag deels buiten de reguliere procedure verloopt, doorbreekt dit verband niet. Daarnaast overweegt de rechtbank dat indien geen sprake zou zijn van loon uit vroegere dienstbetrekking, de uitkering belast zou zijn als periodieke uitkering uit een pensioenregeling.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.81

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.100

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Pensioenen, Loonbelasting

Editie: 2 april

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen