X is het niet eens met een WOZ-beschikking en aanslagen OZB en rioolheffing voor een garage/autoshowroom in de gemeente Meijerijstad.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat als geen voorafgaande inzage heeft plaatsgevonden en de belanghebbende dit niet tijdens de hoorzitting aankaart, moet worden aangenomen dat hij de informatie niet langer nodig heeft. Als een belanghebbende, zeker als hij wordt vertegenwoordigd door een professionele gemachtigde, tijdens de hoorzitting niet opnieuw aanvoert dat hij door het achterwege laten van de ter inzagelegging informatie mist, mag worden aangenomen dat hij die stukken kennelijk niet (meer) nodig heeft. Het laten passeren van de mogelijkheid in de bezwaarfase informatie te vergaren moet dan voor rekening van belanghebbende blijven. Uit het verslag van de (telefonische) hoorzitting volgt niet dat X zijn klacht over schending van het inzagerecht naar voren heeft gebracht. Het hof gaat daarom met toepassing van art. 6:22 Awb aan de schending van de inzageplicht voorbij. Het hof oordeelt verder dat de opbrengstlimiet niet is overschreden, dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld en dat de uitspraak op bezwaar afdoende is gemotiveerd.
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 23 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag