X en zijn ex-echtgenote wonen in hetzelfde huis. X claimt in zijn IB-aangiften aftrek van partneralimentatie. Rechtbank Noord-Holland stelt X in het gelijk. X en zijn ex wonen namelijk feitelijk gescheiden en er is ook geen sprake van een gemeenschappelijke huishouding. In geschil is of X recht heeft op een hogere aftrek van alimentatie. Ook is in geschil of onder meer scholingskosten (kosten privëschool kinderen) en een negatief resultaat uit overige werkzaamheden in mindering komen op het belastbare inkomen. X stelt ter zitting dat hij ter onderbouwing van de aftrekposten originele stukken naar de inspecteur heeft gestuurd en dat dit bewijs door de inspecteur niet is meegewogen en hij dit bewijs niet van de inspecteur heeft teruggekregen.
Hof Amsterdam oordeelt dat van bewijsnood geen sprake is. Er is geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de inspecteur dat geen nadere bewijsstukken zijn ontvangen en dat originele stukken altijd retour worden gestuurd. X had alsnog in het bewijs kunnen voorzien door het opvragen van bankafschriften en dergelijke. De partneralimentatie is na de echtscheiding op € 105 per maand vastgesteld. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat meer is betaald. De scholingskosten zijn terecht niet in aftrek toegelaten. Ook het negatieve resultaat is terecht niet in aftrek toegelaten omdat X niet aannemelijk maakt dat met zijn reisbureau duurzaam positieve voordelen zijn te behalen. Het beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.3
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.3
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.4
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.27
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.32
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 februari
Informatiesoort: VN Vandaag