Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X BV belastingplichtige is voor toeristenbelasting, omdat zij gelegenheid biedt tot verblijf van niet-ingezetenen.

X BV huurt in het eerste kwartaal van 2017 accommodaties op een bungalowpark. In deze accommodaties verblijven arbeidsmigranten die als uitzendkracht werken voor twee andere ondernemingen. Zij staan niet ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van het bungalowpark. Facturen over 2017 tonen verhuur van ruim 40 accommodaties voor in totaal meer dan 200 personen. X BV verhuurt de accommodaties door aan haar moedermaatschappij. Andere vennootschappen in het concern verrichten facilitaire diensten, waaronder inchecken, toezicht en beheer van de accommodaties. De heffingsambtenaar legt een aanslag toeristenbelasting op voor het eerste kwartaal 2017.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de aanslag toeristenbelasting terecht is opgelegd. Aan het belastbare feit is voldaan omdat personen tegen vergoeding in de gemeente overnachten zonder inschrijving in de basisregistratie personen. Dat deze verblijfhouders mogelijk hadden moeten worden ingeschreven in de BRP is niet aangetoond en kan niet aan de heffingsambtenaar worden toegerekend. De rechtbank acht aannemelijk dat X BV gelegenheid biedt tot verblijf en wijst erop dat zij zelf aangifte heeft gedaan als belastingplichtige. Stukken tonen dat X BV huurt, beheert en faciliteert, inclusief sleuteluitgifte, schoonmaak en afvalbeheer. De aanslag blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 224

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 19 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

18

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen