X ontvangt een negatieve voorlopige aanslag IB/PVV 2020 en dient vervolgens de aangifte pas in februari 2023 in. Bij het opleggen van de aanslag verrekent de inspecteur de voorlopige aanslag en brengt belastingrente van 4% in rekening. Rechtbank Den Haag verklaart het beroep van X ongegrond. Aan een voorlopige aanslag kan niet het vertrouwen worden ontleend dat de definitieve aanslag dienovereenkomstig zal worden opgelegd. In geschil is of de inspecteur de beschikking belastingrente terecht en juist vaststelt en of het rentepercentage rechtens standhoudt.
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur de belastingrente berekent conform de geldende wet- en regelgeving en dat het percentage belastingrente niet te hoog is. X kan het ontstaan van de belastingrente zelf voorkomen door de voorlopige aanslag te wijzigen of tijdig aangifte te doen. De standpunten van X kunnen niet slagen waardoor het hoger beroep ongegrond is.
Wetingang:
Besluit belasting- en invorderingsrente artikel 1
Invorderingswet 1990 artikel 9
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30FC
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30HB
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 2 maart
Informatiesoort: VN Vandaag