De inspecteur legt op 22 oktober 2021 een IB-aanslag 2020 op aan X. Hierbij wordt € 817 aan belastingrente in rekening gebracht. X is het niet eens met de belastingrente. Hij acht deze buitensporig hoog. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de belastingrente van 4% niet te hoog is. De belastingrente is weliswaar hoger dan de rente op de kapitaalmarkt, maar de belastingrente is niet gerelateerd aan de rente op de kapitaalmarkt, maar aan de herfinancieringsrente van de ECB met een opslag. X gaat in hoger beroep.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de in rekening gebrachte belastingrente van 4% niet buitenproportioneel hoog is of in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel. Het hof verwijst daarbij naar de overwegingen van de Hoge Raad in zijn arrest van 16 januari 2026 (24/04619, ECLI:NL:HR:2026:59, V-N 2026/5.21). Het hof verlaagt de in rekening gebrachte belastingrente nog wel met € 5 naar € 812, omdat aan X slechts over 152 dagen belastingrente in rekening mocht worden gebracht. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Besluit beleggingsinstellingen artikel 1
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30FC
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30HB
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 8 april
Informatiesoort: VN Vandaag