De Hoge Raad oordeelt dat er geen wettelijke grondslag is voor verrekening van belastingschulden met onbetaald gebleven vorderingen op het land Aruba.

X verricht diensten voor de Directie Sociale Zaken van Aruba waarvoor facturen deels onbetaald zijn gebleven. In geschil is of zij deze onbetaald gebleven vorderingen op het land Aruba met haar loonbelastingschulden mag verrekenen. De inspecteur legt naheffingsaanslagen loonbelasting en verzuimboeten op, omdat verrekening volgens hem niet mogelijk is.

De Hoge Raad oordeelt dat er geen wettelijke grondslag is voor verrekening van belastingschulden met onbetaald gebleven vorderingen op het land Aruba. Het hof heeft terecht geoordeeld dat art. 11 lid 1 LIDB de toepassing van de civielrechtelijke verrekeningsregels van art. 6:127–141 BW Aruba uitsluit. De klacht dat art. 11 lid 1 LIDB, gelezen in samenhang met art. 1 LIDB, geen betrekking heeft op verrekening bij betaling op aangifte, faalt. Uit tekst noch parlementaire geschiedenis volgt dat het verrekeningsverbod beperkt moet worden uitgelegd; integendeel, tekst en geschiedenis bieden steun voor een ruime uitleg. Gelet op doel en strekking geldt het verbod daarom ook bij op aangifte te betalen belastingen. De Hoge Raad verwerpt ook de overige klachten van X (art. 81 RO) en verklaart het cassatieberoep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Belastingen overzeese Rijksdelen, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 13 april

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen