In het Dow Silicones Corp.-arrest van 20 september 2023 (T‑858/16) oordeelt het Gerecht dat het Belgische stelsel van belasting van overwinst, dat in de periode 2004-2014 is toegepast, moet worden aangemerkt als steun die onverenigbaar is met de interne markt. Onder deze regeling was het mogelijk om de belastbare winst van in België gevestigde vennootschappen die deel uitmaken van een internationale groep te verminderen via tax rulings. Volgens het Gerecht vormt deze regeling een afwijking van het gehele Belgische VPB-recht. Dow Silicones Corp. Stelt hogere voorziening in tegen dit arrest. Hierin komt aan de orde in hoeverre het Gerecht is gebonden aan de nationale uitlegging van een bepaling bij de vaststelling van het ‘normale’ nationale belastingrecht als referentiekader voor de toetsing aan het staatssteunrecht. Daarnaast komt ook aan de orde wie de schuldenaar kan zijn van een terugvordering van de steun.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Belgische overwinstregeling geen deel uitmaakt van het referentiekader, maar daarvan afwijkt. Ook heeft het Gerecht terecht geoordeeld dat een eventuele dubbele belasting, door de terugvordering van de verleende steun, de rechtmatigheid van het besluit niet aantast. Het oordeel dat de Europese Commissie de steun ook kan terugvorderen van de andere vennootschappen, is echter onjuist.
Wetingang:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 107
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 108
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Vennootschapsbelasting
Editie: 8 april
Informatiesoort: VN Vandaag