Hof Den Haag oordeelt dat uit de parlementaire geschiedenis van de BOR niet kan worden afgeleid dat geen nieuwe bezitstermijn gaat lopen als binnen vijf jaar voorafgaand aan de schenking door vererving een aandelenpakket is verkregen.

X krijgt in 2020 een schenking van haar moeder, bestaande uit een 100%-belang in een BV en doet een beroep op de BOR. Volgens de inspecteur voldoet de moeder voor slechts 49% aan de bezitseis. De overige 51% behoorde namelijk eerst toe aan de vader van X, die in 2017 is overleden. Dit belang had de moeder dus niet vijf jaar in haar bezit. Volgens Rechtbank Den Haag kwalificeert de verkrijging krachtens erfrecht door de moeder binnen vijf jaar voorafgaand aan de schenking niet als een uitzondering op de bezitseis. In hoger beroep is in geschil of de inspecteur ten onrechte de toepassing van de BOR over de 100% van de aandelen heeft geweigerd.

Hof Den Haag oordeelt dat uit de parlementaire geschiedenis niet kan worden afgeleid dat geen nieuwe bezitstermijn gaat lopen als binnen vijf jaar voorafgaand aan de schenking door vererving een aandelenpakket is verkregen. Er wordt niet toegekomen aan uitleg van de wet op basis van doel en strekking, omdat de toepasselijke wetsbepalingen duidelijk zijn. De onderhavige casus lijkt ook niet op de uitzonderingsgevallen van het BOR-besluit (zie V-N 2024/33.13). Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting artikel 9

Successiewet 1956 artikel 35B

Successiewet 1956 artikel 35C

Successiewet 1956 artikel 35D

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 12 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

28

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen