Rechtbank Den Haag oordeelt dat een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2018-2022 terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Het beroep van X op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur een BTW-naheffingsaanslag op aan X. Volgens de inspecteur heeft X namelijk geen recht op teruggaat, omdat in de aangiften geen omzet is aangegeven. X is van mening dat de BTW wel aftrekbaar is. Hij beroept zich daarbij op afspraken die hij 35 jaar geleden zou hebben gemaakt.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de BTW- naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Het beroep van X op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het enkele volgen van eerdere aangiften schept geen rechtens te beschermen vertrouwen; extra omstandigheden ontbreken en gestelde oude afspraken zijn niet aannemelijk gemaakt. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 20

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67C

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 27 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

27

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen