Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen inhoudelijke gronden aanvoert tegen meerdere belastingaanslagen waardoor het beroep ongegrond is.

X exploiteert een onderneming. Hij doet zelf aangifte voor IB/PVV en OB en vraagt in de jaren 2013–2016 telkens om teruggaaf OB. De administratie bestaat enkel uit primaire bescheiden zonder grootboek of jaarrekening. In 2018 start de inspecteur een boekenonderzoek over 2013–2017. Met een informatiebeschikking stelt de inspecteur vast dat X niet voldoet aan de administratie- en informatieplicht. Later verwerkt een administratieconsulent achteraf de administratie 2014–2018. De inspecteur volgt grotendeels deze herziene aangiften maar corrigeert contante stortingen, huurkosten van bedrijfsmiddelen en voorbelasting OB. Ook handhaaft de inspecteur gedeeltelijk correcties over 2019, 2020 en 2024. In geschil is of de inspecteur terecht meerdere aanslagen en boeten handhaaft.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen enkel inhoudelijk argument of stuk overlegt om het standpunt van de inspecteur te weerleggen. De inspecteur baseert de aanslagen op door X aangeleverde gegevens en wijkt daar slechts beperkt van af. Gezien de gebrekkige administratie en de onherroepelijke informatiebeschikking rust op X de bewijslast voor het tegendeel. Dat bewijs levert X niet. De rechtbank acht ook de boeten gerechtvaardigd nu X structureel te lage omzet- en inkomensgegevens aangeeft. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.69

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 22 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

30

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen