Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X geen bevoegdheid heeft om zelf beroep in te stellen, nu hij geen redelijke waardering van zijn belangen aantoont en Stichting Y als bewindvoerder zijn procedures niet overneemt.

X ontvangt aanslagen IB/PVV en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2016 en maakt bezwaar. De inspecteur doet uitspraak op bezwaar. De kantonrechter benoemt in 2024 Stichting Y tot bewindvoerder van X. X stelt vervolgens beroep in bij de rechtbank. De rechtbank stuurt aangetekende brieven aan X en Stichting Y. X reageert niet op de gelegenheid om zijn procesbekwaamheid te onderbouwen. Stichting Y bericht dat zij de beroepsprocedures niet wil overnemen. In geschil is of X tijdens onderbewindstelling zelfstandig beroep kan instellen tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw-bijdrage 2016.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X door het bewind niet zelf procesbevoegd is, omdat de wet bepaalt dat de bewindvoerder X in en buiten rechte vertegenwoordigt. Alleen bij een redelijke waardering van zijn belangen kan X zelf procederen, maar hij onderbouwt dat niet. Stichting Y weigert de beroepen over te nemen. De rechtbank concludeert dat de beroepen onbevoegdelijk zijn ingesteld en verklaart deze daarom niet-ontvankelijk, zonder inhoudelijke behandeling.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.21

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.21

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.54

Burgerlijk Wetboek Boek 1

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Huwelijksvermogensrecht

Editie: 11 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen