X is eigenaar van een onroerende zaak, een deel van een schuur uit 1990 van 54 m
Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar art. 17 lid 2 Wet WOZ onjuist toepast. De overdrachtsfictie sluit niet uit dat wettelijke gebruiksbeperkingen, zoals bestemmingsplanbepalingen, de waarde beïnvloeden. Ook een persoonsgebonden gedoogbeleid vormt een relevante beperking, omdat het gebruiksrecht niet overdraagbaar is. Daardoor kan het object niet als woning worden verkocht. De gebruikte woningreferenties zijn daarom ongeschikt. Zowel X als de heffingsambtenaar maken de door hen verdedigde waarde niet aannemelijk. De rechtbank stelt de waarde in goede justitie vast op € 80.000, uitgaande van de planologisch toegestane gebruiksmogelijkheden als bijgebouw bij de woning van X, al dan niet met beroep of bedrijf aan huis. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Rechtbank Midden-Nederland
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken
Editie: 15 januari
Informatiesoort: VN Vandaag