X en Y waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij echtscheiding sluiten zij een convenant met een nihilbeding partneralimentatie en een niet-wijzigingsbeding. De overbedeling van X wordt vastgesteld op € 50.000. X stelt dat hij daarnaast een schuld van € 43.000 overneemt en dat dit geheel een afkoop van partneralimentatie vormt. X doet aangifte IB/PVV 2020 en 2021 met aftrek uitgaven voor onderhoudsverplichtingen en restant persoonsgebonden aftrek, waarna de inspecteur de aftrek corrigeert. X gaat in beroep.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zijn ex-echtgenote een civielrechtelijke aanspraak op partneralimentatie heeft. Het echtscheidingsconvenant bevat een nihilbeding en het door de scheidingsfiscalist voorgestelde tekstalternatief ondersteunt dat geen aanspraak op partneralimentatie bestaat. X toont bovendien niet aan dat de gestelde afkoopsom is betaald en dat een causaal verband bestaat tussen de overname van de schuld van € 43.000 en de betaling van € 50.000 enerzijds en het afzien van partneralimentatie anderzijds. De inspecteur weigert terecht de aftrek uitgaven voor onderhoudsverplichtingen 2020 en het restant persoonsgebonden aftrek 2021. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.3
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 23 maart
Informatiesoort: VN Vandaag