Er is geen aanleiding om de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting aan te passen, omdat de doeltreffendheid van de regeling slechts kan worden vergroot ten koste van hogere budgettaire kosten. Dat schrijft Staatssecretaris Eerenberg van Financiën aan de Tweede Kamer naar aanleiding van twee Kamermoties over de overdrachtsbelasting en de effecten van fiscaal beleid op de woningmarkt.

De bewindspersoon baseert zich op meerdere onderzoeken en eigen afwegingen. Meerdere mogelijkheden, zoals verhoging, verlaging en afschaffing van de leeftijdsgrens en woningwaardegrens, zijn overwogen. Er is echter geen budgetneutrale uitkomst gevonden, waarbij aanpassing van een of beide grenzen de doeltreffendheid van de vrijstelling significant verbetert. Om die reden wordt de huidige vormgeving gehandhaafd.

De relatieve positie van starters in de overdrachtsbelasting is de afgelopen jaren verbeterd door de invoering van de startersvrijstelling in 2021 en door de verhoging van de belastingdruk bij verkrijging van een woning met een ander gebruiksdoel dan als hoofdverblijf. In 2023 en 2024 heeft naar schatting 65% van de koopstarters een beroep gedaan op de vrijstelling.

De staatssecretaris ziet de motie, waarin wordt verzocht om bij de voorbereiding van nieuwe fiscale wet- en regelgeving aandacht te besteden aan de effecten hiervan op de woningmarkt, als een bevestiging van bestaand kabinetsbeleid.

Wetingang:

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer, Fiscale wetsvoorstellen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 13 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen