Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven oordeelt dat de Minister van Klimaat en Groene Groei op basis van een deugdelijke verzendadministratie aannemelijk maakt dat de besluiten naar X BV zijn verzonden en kort na 12 maart 2020 door haar zijn ontvangen.

X BV ontvangt in 2016, 2017 en 2018 S&O-verklaringen voor een aantal projecten. In 2019 stellen medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bij een controle vast dat X BV in 2018 en voorgaande jaren geen kosten voor de projecten heeft gemaakt. Op 12 maart 2020 zijn de aan speur- en ontwikkelingswerk bestede uren daarom op nul gesteld en zijn boeten van in totaal € 2200 opgelegd. Pas in november 2021 gaat X BV hiertegen in bezwaar. In geschil is of het bezwaar wegens termijnoverschrijding terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Rechtbank Rotterdam stelt de Minister van Klimaat en Groene Groei in het gelijk. X BV gaat in hoger beroep.

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven oordeelt dat de minister op basis van een deugdelijke verzendadministratie aannemelijk maakt dat de correctiebesluiten naar X BV zijn verzonden en kort na 12 maart 2020 door haar zijn ontvangen. X BV wijst vergeefs op kwaliteitscijfers van PostNL. Uit cijfers van de minister blijkt juist dat zakelijke post in het eerste kwartaal van 2020 in 97% van de gevallen tijdig is bezorgd. Er zijn ook geen feiten gesteld op grond waarvan aan de ontvangst van het besluit redelijkerwijs kan worden getwijfeld. Het beroep van X BV is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 3.41

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.8

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.9

Instantie: College van Beroep voor het bedrijfsleven

Rubriek: Loonbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 20 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen