Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het bij de vrijval van de schuld opkomende voordeel tot de winst behoort. De inspecteur heeft de winst terecht als kwijtscheldingswinst in aanmerking genomen en in dit kader de kwijtscheldingswinstvrijstelling toegepast.

X BV is gevoegd in een fiscale eenheid met haar dochter Y BV. Y BV is beherend vennoot van Q CV. In 2006 en 2017 dragen de commanditaire vennoten hun belangen in Q CV over aan Y BV. Q CV heeft een rekening-courantschuld van € 6 mln aan Z BV, dat behoort tot dezelfde groep als X BV. Z BV wordt in 2015 failliet verklaard. In 2020 neemt Y BV de rekening-courantschuld van Q CV aan Z BV over voor € 2500, via een akte van cessie die de curator met Y BV heeft gesloten. Bij de behandeling van de VPB-aangifte 2020 neemt de inspecteur, in verband met de vrijval van de schuld, een kwijtscheldingswinst van € 6 mln in aanmerking. Hij past daarbij de kwijtscheldingswinstvrijstelling toe. Volgens de inspecteur heeft de cessie namelijk geleid tot een kwijtscheldingswinst, omdat de vordering feitelijk is overgenomen door dezelfde partij die ook de schuld heeft.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het bij de vrijval van de schuld opkomende voordeel tot de winst behoort. De inspecteur heeft de winst terecht als kwijtscheldingswinst in aanmerking genomen en in dit kader de kwijtscheldingswinstvrijstelling toegepast. De rechtbank overweegt daarbij dat Y BV in 2017, door de overdracht door de commanditaire vennoten van hun belangen in Q CV aan Y BV, zowel de enige beherend vennoot als de enige commanditaire vennoot van Q CV is geworden. Er is dan geen sprake meer van een samenwerkingsverband. Omdat Y BV door de akte van cessie zowel schuldeiser als schuldenaar is geworden, is de verbintenis door de schuldvermenging teniet gegaan en is de rekening-courantschuld vrijgevallen. De rechtbank verwerpt de stelling van X BV dat sprake is van een informele kapitaalstorting. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 26 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen