Rechtbank Den Haag oordeelt dat de BIV-uitkering van een militair een belastbare publiekrechtelijke periodieke uitkering vormt in box 1.

Militair X wordt na een (arbeids)ongeval blijvend arbeidsongeschikt. De Staatssecretaris van Defensie kent X daarop een levenslang invaliditeitspensioen en een bijzondere invaliditeitsverhoging ('BIV-uitkering') toe op grond van de Kaderwet militaire pensioenen en bijbehorende besluiten. X ontvangt in 2022 en 2023 een invaliditeitspensioen inclusief BIV-uitkering en neemt deze op in zijn aangiften IB/PVV 2022 en 2023. De inspecteur legt conform de aangiften aanslagen IB/PVV 2022 en 2023 op. X gaat in bezwaar tegen de aanslagen omdat hij de BIV-uitkering onbelast acht; de inspecteur handhaaft de aanslagen, waarna X beroep instelt. In geschil is of de door X ontvangen BIV-uitkering in 2022 en 2023 als belastbare publiekrechtelijke periodieke uitkering in box 1 kwalificeert.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de BIV-uitkering van een militair een belastbare publiekrechtelijke periodieke uitkering vormt in box 1. De BIV-uitkering van X vormt een periodieke uitkering die rechtstreeks voortvloeit uit publiekrechtelijke militaire pensioenregelingen. Dat de uitkering smartengeld vergoedt en niet tot het loon behoort, verandert dit niet. Ook X' beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat een eenmalige smartengelduitkering niet vergelijkbaar is met een levenslange uitkeringsreeks. X' beroepen zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.101

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 25 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

22

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen