Rechtbank Gelderland oordeelt dat de vergrijpboetes ten onrechte zijn opgelegd. X heeft niet opzettelijk geen VPB-aangiften ingediend. De inspecteur heeft X namelijk niet uitgenodigd tot het doen van VPB-aangiften.

Dga Y houdt, onder andere, via een op Curaçao gevestigde houdster de aandelen in X. X is opgericht naar het recht van Curaçao. Het concern houdt zich onder andere bezig met het beleggen van vermogen. In 2017 start de inspecteur een vestigingsplaatsonderzoek naar X en enkele gelieerde concernvennootschappen. Uit dit onderzoek volgt dat de werkelijke leiding van de vennootschappen wordt uitgeoefend vanuit Nederland door dga Y, samen met zijn adviseurs. De inspecteur legt daarom diverse VPB-(navorderings)aanslagen met boetes op aan X.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de vergrijpboeten ten onrechte zijn opgelegd. X heeft niet opzettelijk geen VPB-aangiften ingediend. De inspecteur heeft X namelijk niet uitgenodigd tot het doen van VPB-aangiften. Ook is er volgens de rechtbank geen sprake van dat X ten onrechte (opzettelijk) niet heeft verzocht om te worden uitgenodigd tot het doen van VPB-aangiften. X is namelijk geadviseerd door een gerenommeerd belastingadvieskantoor en zij mocht vertrouwen op de adviezen. De VPB-(navorderings)aanslagen blijven wel in stand. Volgens de rechtbank zijn diverse beslissingen niet genomen door de formele bestuurder, maar door dga Y. Aangezien Y in Nederland woont, zijn die beslissingen in Nederland genomen. Volgens de rechtbank is de werkelijke leiding van X dan ook uitgeoefend in Nederland. Nederland is daarom de vestigingsplaats van X. De (navorderings)aanslagen zijn terecht en niet te hoog vastgesteld.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67E

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Vennootschapsbelasting

Editie: 11 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen