In verband met de uitvoer van 56 voertuigen, waarvan de tenaamstelling in het kentekenregister is vervallen, verleent de inspecteur een BPM-teruggaaf aan X VOF. Naar aanleiding van een boekenonderzoek naar deze teruggaven legt de inspecteur een BPM-naheffingsaanslag op. De auto’s worden namelijk in Duitsland geregistreerd en vervolgens worden ze kort daarna buiten de EU of EER gebracht. Volgens de inspecteur is het niet mogelijk om met een tijdelijk kenteken een BPM-teruggaaf te krijgen. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X VOF recht heeft op de BPM-teruggaven. Er is namelijk voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het verlenen van BPM-teruggaaf.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de BPM-teruggaaf en dat X VOF daar ook recht op heeft. De voertuigen hebben in Duitsland, na het vervallen van de tenaamstelling in het Nederlandse kentekenregister, namelijk een duurzame inschrijving gekregen. Verder is er geen sprake van schadevoertuigen, zijn de voertuigen buiten Nederland gebracht en zijn bij de teruggaafverzoeken kopieën van kentekenbewijzen overgelegd. Het hof overweegt daarbij dat de duurzame inschrijving in het andere EU/EER-land niet eveneens een duurzaam karakter hoeft te hebben. Voor de inschrijving in dat land geldt verder geen minimumperiode. Het is voor de Belastingdienst namelijk praktisch ondoenlijk om motorrijtuigen in het buitenland gedurende een bepaalde periode te volgen. Verder is er volgens het hof ook geen sprake van fraus legis. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 14A
Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 4A
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 31 maart
Informatiesoort: VN Vandaag