In de regel wordt over het verstrekken van persoonlijke data bij ‘gratis’ toegang tot sociale media geen BTW geheven op basis van een aangenomen richtsnoer van het Europese BTW-comité. Dit antwoordt de Staatssecretaris van Financiën op Kamervragen over het FD-artikel ‘Deur op kier voor btw-afdracht over sociale media’.

Heffing van BTW in situaties die buiten het richtsnoer vallen, komt pas aan de orde als er een ‘rechtstreeks verband’ tussen de geleverde data en de dienstverlening kan worden vastgesteld én als vaststaat over welk bedrag BTW geheven zou kunnen worden. Daarover is op dit moment geen duidelijkheid.

Italië meent dat in de situatie waarin de mate van digitale dienstverlening afhankelijk is van de kwantiteit en kwaliteit van de persoonlijke data die de gebruiker verstrekt het aangenomen richtsnoer niet geldt. In die situatie is volgens Italië wel een ‘rechtstreeks verband’ aanwezig tussen de digitale diensten en het verstrekken van de persoonlijke data. Op dit moment vindt in het BTW-comité nog gedachtenvorming plaats over deze kwestie. De staatssecretaris wil daar niet op vooruitlopen.

Indien wordt vastgesteld dat aanbieders van sociale media BTW verschuldigd zijn over het verlenen van toegang tot de platforms, zal de Belastingdienst onderzoeken welke maatstaf van heffing van toepassing is. 

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 6 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen