X koopt een nieuwbouw complex met 28 woonappartementen met bijbehorende algemene (technische) ruimten, 15 bergingen en 17 parkeerplaatsen. X betaalt daarvoor € 5.670.000, inclusief € 984.049 BTW. Op het dak van het complex liggen 232 niet-geïntegreerde zonnepanelen. X gebruikt het complex voor de BTW-vrijgestelde verhuur van woonruimten en voor de BTW-belaste verhuur van het dak voor plaatsing van de zonnepanelen. De oppervlakte van het dak is 24,83% van de totale oppervlakte van het complex. De huuropbrengst van het verhuurde dak is 0,5% van de totale omzet.
Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2024/7.1.6) oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat het werkelijk gebruik van het complex als geheel genomen niet overeenkomt met de BTW-aftrek op basis van de omzetmethode. Daarom is de BTW op de bouwkosten van het complex aftrekbaar op basis van de omzetmethode. X heeft geen rekening gehouden met het feit dat het dak ook een functie heeft als afsluiting van het complex. Van schending van het neutraliteitsbeginsel is geen sprake. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 artikel 11
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 artikel 11