Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X geen recht heeft op het volledige premiedeel van de heffingskortingen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

X werkt in 2017 en 2018 in twee niet aangesloten perioden in Nederland. Zij woont op dat moment in Polen. X doet eerst aangifte IB/PVV als binnenlands belastingplichtige en dient later nieuwe aangiften in als kwalificerend buitenlands belastingplichtige. De inspecteur is afgeweken van de aangiften, wat tot negatieve aanslagen heeft geleid. X stelt dat zij recht heeft op vermindering van de aanslagen, omdat het aangifteprogramma een teruggaaf vermeldt. Ook heeft een formulier over de inkomensverklaring volgens haar vertrouwen gewekt. In geschil is of X ondanks de tijdsevenredige premieplicht recht heeft op het volledige premiedeel van de heffingskortingen.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat Xgeen recht heeft op het volledige premiedeel van de heffingskortingen. Haar beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het formulier en de toelichting waarnaar X verwijst zien uitsluitend op de belastingplicht en niet op de premieplicht of premieheffing. Aan de uitkomst van het aangifteprogramma is ook geen vertrouwen te ontlenen. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.1

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 30 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen