Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat geen sprake is van diensten die worden verricht tegen een uurtarief. Daarom is er geen sprake van een vordering maar van onderhanden werk. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
X is in 2012 vennoot van een VOF die een administratie- en adviesbureau exploiteert. Daarnaast exploiteert X een melkveehouderij in Duitsland. In de aangifte IB/PVV neemt X een inkomen op van negatief € 480.579. De inspecteur past diverse correcties toe op de aangegeven winst uit onderneming van zowel de VOF als de melkveehouderij. In hoger beroep is onder andere het geactiveerde onderhanden werk in geschil en de afwaardering van een ligboxenstal.
Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2024/28.1.1) oordeelt wat betreft het geactiveerde onderhanden werk dat geen sprake is van diensten die worden verricht tegen een uurtarief, waarbij er geen onzekerheid bestond dat deze uiterlijk na volbrenging van de werkzaamheden aan de opdrachtgever in rekening worden gebracht. Er is geen sprake van een vordering, maar van onderhanden werk of opdracht. Volgens het wettelijke waarderingsvoorschrift moet in dat geval voortschrijdende winst worden genomen. De inspecteur heeft het geactiveerde onderhanden werk dus terecht gecorrigeerd. Verder maakt X niet aannemelijk dat de ligboxenstal verder kan worden afgewaardeerd. De (lagere) bedrijfswaarde van de ligboxenstal moet naar vaste jurisprudentie minimaal worden gesteld op de directe opbrengstwaarde. Het hoger beroep van X is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25