Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de aan X BV opgelegd maximale verzuimboete terecht is door stelselmatig te late indiening van aangiften. Het beroep op avas en betalingsonmacht faalt.

X BV verricht plastisch-chirurgische werkzaamheden. Voor de jaren 2016 tot en met 2019 dient zij de aangiften vennootschapsbelasting telkens te laat in. Voor 2020 krijgt zij uitstel tot 1 mei 2022. Ondanks herinneringen en aanmaningen wordt geen aangifte ingediend. De inspecteur legt een ambtshalve aanslag op met de maximale verzuimboete van € 5.514. X BV voert aan dat zij afhankelijk is van ziekenhuiscijfers die laat beschikbaar kwamen en dat zij op haar gemachtigde mocht vertrouwen. X BV dient op 31 mei 2023 alsnog de aangifte in, waaruit een hoger belastbaar bedrag volgt. De inspecteur handhaaft de boete. In geschil is of de opgelegde verzuimboete passend en geboden is.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geen sprake is van avas. X BV had de aangifte tijdig kunnen indienen en heeft onvoldoende zorg betracht om verzuim te voorkomen, ook richting haar gemachtigde. Het stelselmatig te laat indienen van aangiften over meerdere jaren vormt een uitzonderlijk geval in de zin van paragraaf 21, zesde lid BBBB, waardoor een maximale boete van € 5.514 passend en geboden is. Betalingsonmacht is geen grond voor matiging. De rechtbank vermindert de boete met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn tot € 4.962 en verklaart het beroep verder ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 9

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 21 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

27

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen