X komt in bezwaar en beroep tegen een aanslag afvalstoffenheffing. Rechtbank Gelderland verklaart de Verordening afvalstoffenheffing partieel onverbindend omdat de opbrengstlimiet met 7,64% is overschreden. X gaat in hoger beroep.
Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2024/29.24) oordeelt dat de heffingsambtenaar in hoger beroep alsnog aannemelijk maakt dat de post overheadkosten wel een last is ter zake van de afvalstoffenheffing. X slaagt vervolgens niet in zijn bewijslast dat de feitelijke gegevens van de inlichtingen van de heffingsambtenaar onjuist of onvolledig zijn. Het beroep van de heffingsambtenaar op interne compensatie slaagt, waardoor de overheadkosten wel als last ter zake had moeten worden aangemerkt. De standpunten van X kunnen door dit geslaagde beroep op interne compensatie niet leiden tot een vermindering van de aanslag afvalstoffenheffing zoals die door de rechtbank is vastgesteld. Het hoger beroep van X is gegrond omdat de rechtbank de proceskostenvergoeding te laag heeft vastgesteld. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Wet milieubeheer artikel 15.33
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 1 april
Informatiesoort: VN Vandaag