X maakt bij de gemeente Arnhem bezwaar tegen aanmaningskosten voor een aanslag gemeentelijke belastingen. Vervolgens stelt X de invorderingsambtenaar in gebreke wegens het uitblijven van een uitspraak op bezwaar. Rechtbank Gelderland oordeelt dat X geen recht heeft op een dwangsom wegens niet tijdig beslissen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt anders dan de rechtbank dat de dwangsomregeling wel van toepassing is bij het niet tijdig beslissen op een bezwaar tegen aanmaningskosten. Deze kosten worden op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen in rekening gebracht en tegen die kosten staat bezwaar en beroep open, waarbij hoofdstuk V AWR van overeenkomstige toepassing is. Dat brengt mee dat de belastingrechter bevoegd is en dat ook de Awb-bepalingen gelden die van toepassing zijn op procedures bij de belastingrechter, waaronder de bezwaar- en beroepsbepalingen van de afdelingen 7.1 en 7.2 Awb. Via art. 7:14 Awb is daarmee ook paragraaf 4.1.3.2 Awb, waaronder de dwangsomregeling van de artikelen 4:17 tot en met 4:20 Awb, van toepassing. Art. 1 lid 2 Invorderingswet 1990, dat bepaalde Awb-hoofdstukken buiten toepassing verklaart, staat hieraan niet in de weg. Dat betekent dat de dwangsomregeling van toepassing is bij het uitblijven van een tijdige beslissing op bezwaar tegen aanmaningskosten. In dit geval heeft X daarop echter geen recht omdat de ingebrekestelling prematuur is.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.17
Invorderingswet 1990 artikel 11
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 21 januari
Informatiesoort: VN Vandaag