Advocaat-generaal Koopman concludeert dat het hof X terecht heeft aangemerkt als ab-houder, alhoewel hij niet formeel juridisch aandeelhouder is van een vennootschap. Volgens de A-G wordt een direct ab gehouden door degene die het volledige economische belang bij de onderliggende aandelen houdt.

X is tot en met begin 2007 directeur en enig aandeelhouder van A BV. X en de BV zijn beide in Nederland gevestigd. In 2007 vindt er een herstructurering plaats met verschillende andere vennootschappen, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Arabische Emiraten, de Seychellen en Panama. De aandelen in A BV blijven tot deze structuur behoren. In het kader van de Panama-papers komt X in beeld bij de autoriteiten. In 2008 en 2010 doet A BV een betaling die na diverse overboekingen bij X terechtkomt. X verantwoordt de betaling, noch het aandelenbezit in zijn aangiften. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt net als de rechtbank dat de inspecteur X terecht als ab-houder van A BV heeft aangemerkt. Het hof verwijst hierbij naar de diverse formulieren en bankafschriften. X gaat in cassatie.

Advocaat-generaal Koopman concludeert dat het hof X terecht heeft aangemerkt als ab-houder, alhoewel hij niet formeel juridisch aandeelhouder is van een vennootschap. Volgens de A-G wordt namelijk een direct ab gehouden door degene die het volledige economische belang bij de onderliggende aandelen houdt. Dit houdt dan in dat betekenis komt te ontvallen aan kwalificaties als stroman, bewaarder en tussenpersoon. Het heeft volgens de A-G geen zin om een onderscheid te maken tussen een ‘stroman-benadering’ en een ‘economisch belang-benadering’. Ook merkt de A-G op dat, zoals X stelt, een UBO van een rechtspersoon niet per definitie ook kan worden aangemerkt als houder van een ab in die rechtspersoon. In casu heeft het hof echter ook andere omstandigheden aan zijn oordeel ten grondslag gelegd en het UBO-schap kan volgens de A-G wel meewegen bij de beoordeling van de economische gerechtigdheid tot aandelen. Met betrekking tot het middel over de verlengde navorderingstermijn verwijst de A-G naar de samenhangende conclusie over het jaar 2011, waarin dit punt wordt aangesneden (conclusie Advocaat-generaal Koopman, 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:124, V-N Vandaag 2026/295). De A-G adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep ongegrond te verklaren.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Internationaal belastingrecht, Inkomstenbelasting

Editie: 17 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen