X is eigenaar van een in 1931 gebouwde twee-onder-een-kapwoning met een gebruiksoppervlakte van 142 m
Rechtbank Midden-Nederland acht de WOZ-waarde onvoldoende onderbouwd, nu het verschil van € 1000 tussen de waardepeildatum en de latere verkoopprijs onverklaard blijft ondanks een lichte marktstijging. Het argument over smaakgevoelige inrichting overtuigt niet. X maakt zijn voorgestane waarde van € 790.000 evenmin aannemelijk door gebrek aan nauwkeurige onderbouwing van de indexering. De rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast op € 810.000, verlaagt de aanslag, en kent een proceskostenvergoeding van € 2.471,69 en het griffierecht van € 51 toe.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Wet waardering onroerende zaken artikel 30A
Instantie: Rechtbank Midden-Nederland
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 5 januari
Informatiesoort: VN Vandaag