X en zijn echtgenote laten hun monumentale villa uit 1905 verbouwen. In geschil is de hoogte van de aftrekbare onderhoudskosten. De kosten van de verbouwing zijn begroot op € 444.580 (inclusief BTW), waarbij de keuken, het sanitair, de cv-installatie, de elektra en het binnenschilderwerk geheel zijn vernieuwd. Volgens de inspecteur is het aftrekbare onderhoud € 48.142 (2017) en € 5728 (2018). Rechtbank Gelderland stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in hoger beroep.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de keuken, het sanitair, de cv-installate, het binnenschilderwerk en de elektra zodanig versleten of onveilig waren, dat volledige renovatie noodzakelijk was. De extra luxe wordt verdisconteerd door de helft aan te merken als aftrekbare onderhoudskosten. De kosten van het vervangen van de complete beglazing zijn aftrekbaar, omdat de oude voorzetramen aanleiding gaven tot houtrot- en vochtproblemen. Het hof volgt de inspecteur dus niet in zijn stelling dat alleen in geval van breukschade de kosten van de vervanging van beglazing kunnen worden aangemerkt als onderhoudskosten. Het onderzoek van een kleurhistoricus is niet noodzakelijk voor het in bruikbare staat brengen of houden van de woning als monument, zodat die kosten niet aftrekbaar zijn. De aftrekbare kosten komen voor 2017 uit op € 169.576 en voor 2018 op € 15.586. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.31
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 2 april
Informatiesoort: VN Vandaag