X voldoet BPM in verband met de invoer van een Duitse auto. Aan hem wordt een BPM-naheffingsaanslag opgelegd, waarbij wordt uitgegaan van een som van de catalogusprijs van € 53.894. In de beroepsfase stelt de inspecteur dat de som van de catalogusprijs onjuist is vastgesteld omdat hij abusievelijk van een onjuiste CO2-uitstoot is uitgegaan. De BPM-naheffingsaanslag wordt daarom door Rechtbank Den Haag verminderd. Volgens de rechtbank bestaat echter geen recht op een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de bezwaarfase, omdat X de verhoging van som van de catalogusprijs ten opzichte van het in de aangifte vermelde bedrag niet in de bezwaarfase aan de orde heeft gesteld. Hof Den Haag is het daar mee eens. Volgens het hof is de vermindering van de naheffingsaanslag in beroep niet het gevolg van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid. Er bestaat dan geen recht op vergoeding van de door X gemaakte kosten in verband met de behandeling van het bezwaar. X gaat in cassatie. Volgens X heeft de vermindering van de naheffingsaanslag wel plaatsgevonden wegens een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid.
De Hoge Raad oordeelt dat X recht heeft op een vergoeding van de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand die hij heeft gemaakt in verband met de behandeling van het bezwaar. Het oordeel van het hof dat de vermindering van de naheffingsaanslag niet heeft plaatsgevonden wegens een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid is namelijk onjuist. De Hoge Raad wijst er daarbij op dat de inspecteur bij het vaststellen van de naheffingsaanslag is uitgegaan van een te lage CO2-uitstoot van de personenauto. Dit levert een aan de inspecteur toe te rekenen onrechtmatigheid op. De rechtbank heeft de uitspraak op bezwaar vernietigd en de naheffingsaanslag verminderd onder meer vanwege deze verkeerde berekening van de inspecteur. X heeft recht op een totale vergoeding van € 7494 aan griffierecht en beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.15
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 26 januari
Informatiesoort: VN Vandaag