Het Gerecht oordeelt dat de Franse TBV, een tarifaire bijdrage over het vervoer van elektriciteit, niet valt onder het begrip ‘andere indirecte belastingen’ in de zin van art. 1 lid 2 Richtlijn 2008/118/EG. Het Gerecht wijst er daarbij op dat de TBV los van de daadwerkelijk verbruikte hoeveelheid elektriciteit wordt berekend.

Frankrijk voert in 2004 een tarifaire bijdrage over het vervoer van elektriciteit (TBV) in. Accorinvest en Société Générale SA (SG SA) zijn eindverbruikers van elektriciteit en zijn het niet eens met de heffing van TBV. Zij eisen dan ook terugbetaling van de door hen betaalde TBV. Volgens Accorinvest en SG SA vormt de TBV namelijk een ‘ andere indirecte belasting’ in de zin van art. 1 lid 2 Richtlijn 2008/118/EG. De Franse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. Het Hof van Justitie EU heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.

Het Gerecht oordeelt dat de Franse TBV, een tarifaire bijdrage over het vervoer van elektriciteit, niet valt onder het begrip ‘andere indirecte belastingen’ in de zin van art. 1 lid 2 Richtlijn 2008/118/EG. Het Gerecht wijst er daarbij op dat de TBV los van de daadwerkelijk verbruikte hoeveelheid elektriciteit wordt berekend. Dat er een wettelijk mechanisme bestaat voor de doorberekening van de TBV aan de eindverbruiker van elektriciteit impliceert op zichzelf niet dat die belasting een rechtstreeks en onlosmakelijk verband heeft met het elektriciteitsverbruik en als een ‘andere indirecte belasting’ moet worden beschouwd.

Wetingang:

Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG artikel 1

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht

Editie: 30 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen