X houdt zich bezig met de in- en verkoop van (gebruikte) auto’s en reparatiewerkzaamheden. X koopt auto’s in bij BV 1 en BV 2. De auto’s worden als marge-auto’s geleverd en doorverkocht. De inspecteur stelt na diverse onderzoeken en controle van de administratie dat X in de situaties 2 en 3 ten onrechte de margeregeling heeft toegepast. Situatie 2 betreft 134 auto’s, waarbij X over de bij de auto's behorende (Duitse) papieren beschikt en de BPM-aangifte voor deze auto's verzorgt. Op een groot deel van deze Duitse autopapieren staan Duitse rechtspersonen genoemd als eerdere houder van de auto’s. Situatie 3 betreft 231 auto’s, waarbij X niet over de bij de auto's behorende (Duitse) papieren beschikt en niet zelf de BPM-aangifte voor de auto's verzorgt. In geschil is of X voor de situaties 2 en 3 ten onrechte de margeregeling heeft toegepast, en zo ja, of vrijwaring van BTW-heffing plaats moet vinden.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X voor de in situatie 2 en 3 bedoelde auto’s ten onrechte de margeregeling heeft toegepast. Voor de in situatie 3 bedoelde auto's wordt X echter gevrijwaard van BTW-heffing, omdat zij in deze situatie geen nadere onderzoeksplicht had. De margeregeling is in deze situaties niet van toepassing omdat X onvoldoende aannemelijk maakt dat de auto's in een voorgaande schakel zijn geleverd door personen die recht hebben op aftrek. Voor de in situatie 2 bedoelde auto’s voldoet X niet aan de voorwaarden voor vrijwaring van BTW-heffing. Een groot deel van de gekochte auto’s uit situatie 2 werden namelijk gehouden door Duitse rechtspersonen, waardoor een reële kans bestaat dat de auto’s zijn verkocht door een BTW-ondernemer. Dat had voor X aanleiding moeten zijn om nader onderzoek te doen naar de voorgeschiedenis van de auto’s en of de margeregeling daadwerkelijk kan worden toegepast. Daarom blijft de BTW-naheffingsaanslag voor de in situatie 2 bedoelde auto’s in stand. X' beroep is gedeeltelijk gegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 28B
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 28B
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 maart
Informatiesoort: VN Vandaag