X doet aangifte IB/PVV 2018 en neemt een negatief resultaat uit overige werkzaamheden op wegens afwaardering van een oude vordering uit een VOF. In eerdere jaren brengt X afwaarderingen van in totaal € 50.000 in aftrek. De inspecteur accepteert de afwaardering niet. Na ongegrond bezwaar en beroep stelt X digitaal hoger beroep in. De griffier plaatst een bericht over mogelijke afdoening zonder zitting in het digitale dossier, verstuurt een e‑mailnotificatie en ontvangt geen reactie.
Hof Amsterdam bevestigt de uitspraak van de rechtbank. X onderbouwt zijn stelling dat er sprake is van een negatieve resultaat uit onderneming niet. De onderneming van X is al jaren niet meer actief en de vordering gaat bij staking over naar zijn privévermogen, zodat latere waardedalingen geen aftrekbare verliezen meer vormen. X toont bovendien niet aan dat hij volledig gerechtigd is tot de vordering, terwijl eerdere afwaarderingen zijn aandeel al overtroffen. Het hof gaat uit van ontvangst van het digitale bericht en doet, na uitblijven van reactie, zonder zitting uitspraak. De aanslag blijft in stand.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.36C
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.57
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 april
Informatiesoort: VN Vandaag