Rechtbank Midden-Nederland oordeelt aan de hand van de criteria uit het Deliveroo-arrest dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De aard van de werkzaamheden, de wijze van beloning, het factureren via een eigen onderneming en de mate van zelfstandigheid wijzen op een opdrachtovereenkomst.
X, een gepensioneerd professioneel dirigent, verricht vanaf oktober 2024 werkzaamheden voor een hobbykoor met circa vijftig amateurzangers. X sluit een overeenkomst van opdracht voor zeven maanden, met de intentie tot voortzetting voor onbepaalde tijd. De dirigent factureert maandelijks voor repetities, vieringen en concerten en draagt BTW af. De tarieven zijn vastgelegd per activiteit en zouden per 1 juni 2025 worden verhoogd. Bij tijdige annulering door het koor bestaat geen recht op betaling; in andere gevallen wel. In juni 2025 ontvangt de dirigent een conceptovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar die wordt niet ondertekend. Op 12 juni 2025 zegt het koor de overeenkomst op per 12 september 2025. De dirigent stelt dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de opzegging ongeldig is. Hij vordert loon over de opzegtermijn en een billijke vergoeding.
Rechtbank Midden-Nederland oordeelt, mede aan de hand van de criteria uit het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, 24 maart 2023, 21/02090, ECLI:NL:HR:2023:443, V-N 2023/15.6), dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De aard van de werkzaamheden, de wijze van beloning, het factureren via een eigen onderneming en de mate van zelfstandigheid wijzen op een opdrachtovereenkomst. De verzoeken van de dirigent worden daarom afgewezen. De rechtbank merkt op dat X voor het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd zich gedurende zijn hele loopbaan als ondernemer heeft gepresenteerd en gedragen. Gezien de essentie van de werkzaamheden, het feit dat X de enige binnen het koor was met de specifieke expertise, de totstandkoming van de overeenkomst, de beloning en de manier waarop die werd uitgekeerd is sprake van een opdrachtovereenkomst.
Wetingang:
Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 610
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.4
Instantie: Rechtbank Midden-Nederland
Editie: 4 maart
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Civiel recht algemeen