De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat relatief geringe bedragen aan kinderopvangtoeslag zijn teruggevorderd en dat deze zijn verrekend met de aan X uit te betalen tegemoetkomingen of voorschotten daarop. Daarom lag het niet voor de hand dat zij betalingsregelingen zou aanvragen.

X ontvangt voor de jaren 2006 tot en met 2008 kinderopvangtoeslag. Later volgen correcties daarop. Volgens de Dienst Toeslagen heeft X geen recht op compensatie, omdat de correcties voortkwamen uit veranderingen in de opvanguren en het toetsingsinkomen. Van institutioneel vooringenomen handelen of van onterecht geweigerde verzoeken om betalingsregelingen is geen sprake. Rechtbank Amsterdam stelt X in het ongelijk, omdat zij niet aannemelijk maakt dat destijds betalingsregelingen zijn aangevraagd.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat relatief geringe bedragen zijn teruggevorderd van achtereenvolgens € 60, € 127 en € 325 en dat deze zijn verrekend met de aan X uit te betalen tegemoetkomingen of voorschotten daarop. Daarom lag het ook niet voor de hand dat zij betalingsregelingen zou aanvragen. Voor het overige wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet hersteloperatie toeslagen artikel 2.5

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

Editie: 17 december

Informatiesoort: VN Vandaag

389

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen