Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de inspecteur geen dwangsom is verschuldigd omdat de ingebrekestelling prematuur is gedaan.

Belanghebbende, X, stelt een aantal beroepen in. De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar voor aanslag IB/PVV 2021 en het beroep tegen de dwangsombeschikking wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar voor de aanslag IB/PVV 2021 ongegrond en verwijst de zaak tegen de nadere voorlopige aanslag IB/PVV 2023 naar de inspecteur. In geschil is of de uitspraak van de rechtbank juist is.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. X heeft geen recht op een hoger verrekenbaar bedrag aan buitenlandse bronbelasting over de dividenduitkeringen in 2021. Ook is de inspecteur geen dwangsom verschuldigd omdat de ingebrekestelling prematuur is gedaan, waardoor de tweewekentermijn niet is ingegaan. Wat betreft de niet tijdig opgelegde nadere voorlopige aanslag IB/PVV 2023 blijkt dat X de inspecteur niet in gebreke heeft gesteld. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 4.17

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht

Editie: 25 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen