X verkoopt in 2018 een Citroën C5 aan een Poolse handelaar en vraagt daarna in verband met de export BPM terug. De inspecteur wijst het verzoek af, omdat de inschrijving van het voertuig in het Poolse kentekenregister niet binnen dertien weken na uitschrijving van het kenteken in Nederland heeft plaatsgevonden. Volgens X is de te late inschrijving het gevolg van overmacht. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur heeft verzuimd een voor X gunstig Kennisgroepstandpunt als gedingstuk in te brengen. X heeft recht op de teruggaaf, omdat het niet aan hem is te wijten dat de auto niet tijdig in het Poolse kentekenregister is ingeschreven. De inspecteur stelt in hoger beroep dat er weliswaar coulancebeleid conform het Kennisgroepstandpunt bestaat, maar dat door X geen daadwerkelijke pogingen zijn ondernomen om op tijd een Pools kenteken te verkrijgen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X geen feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt waaruit volgt dat de inschrijving in het Poolse kentekenregister door overmacht buiten de termijn van dertien weken heeft plaatsgevonden. De enkele verklaring dat hij geen enkele invloed heeft op het moment van registratie in Polen, is onvoldoende. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
Wetingang:
Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 4A
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 14A
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 110
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 26 februari
Informatiesoort: VN Vandaag