Hof Den Haag oordeelt dat de bewijsmaatstaf ‘aannemelijk maken’ niet (indirect) discriminatoir is toegepast en dat geen sprake is van strijd met het VN-gehandicaptenverdrag.

X heeft een licht verstandelijke handicap. Hij heeft ook last van psychoses en gebruikt hiervoor medicijnen. In maart 2020 sluit zijn vader/gemachtigde een compromis met de inspecteur over de zorgkosten van 2016 tot en met 2018. Dit houdt in dat een deel van die kosten aftrekbaar is en dat X, al dan niet met hulp van zijn vader, vanaf 2019 de kosten wel aannemelijk moet maken. In geschil zijn de zorgkosten van 2020. Van de geclaimde € 2909 is slechts het vaste bedrag voor extra kleding en beddengoed van € 300 gehonoreerd. Volgens Rechtbank Den Haag maakt X de overige kosten niet aannemelijk. In hoger beroep stelt de vader dat de uitgaven “naar eer en geweten zijn geschat” en dat de plicht om de kosten aannemelijk te maken in strijd is met het VN-gehandicaptenverdrag.

Hof Den Haag oordeelt dat de bewijsmaatstaf ‘aannemelijk maken’ niet (indirect) discriminatoir is toegepast en dat geen sprake is van strijd met het VN-gehandicaptenverdrag. Dat was anders geweest als wel enig bewijs was overgelegd dat met inachtneming van de licht verstandelijke beperking van X verwacht mocht worden. Te denken is aan bewijs van bezoek aan artsen op grond waarvan taxivervoer – ook zonder bonnen – aannemelijk geacht zou kunnen worden en de inspecteur desondanks had volhard in zijn standpunt. De vader heeft een kans laten lopen door na de zitting niet alsnog met de inspecteur in overleg te treden. Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 38

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 8 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

248

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen