Rechtbank Gelderland oordeelt dat X in 2021 geen recht heeft op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), omdat haar kind niet ten minste zes maanden bij haar staat ingeschreven en ook geen sprake is van gelijkelijk verdeelde zorg.

X woont in 2021 op één adres en heeft met haar ex-partner een kind, geboren in 2011. Het kind staat tot 30 april 2021 in de BRP op het adres van X ingeschreven en daarna op het adres van de ex-partner. X claimt in bezwaar de IACK, omdat volgens haar sprake is van co-ouderschap. Haar kind verbleef volgens X in 2021 in totaal 169 dagen bij haar, 121,5 dagen tot 1 juli en 45,3 dagen in het tweede halfjaar. De inspecteur wijst het bezwaar af, omdat X volgens de inspecteur niet aan de eisen voldoet.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aan de inschrijvingseis voor de IACK voldoet, omdat haar kind in 2021 minder dan zes maanden op haar adres in de BRP staat ingeschreven. De rechtbank stelt dat volgens art. 44b UR IB 2001 (tekst 2021) alleen bij gelijkelijk verdeelde zorg en drie dagen per week verblijf bij ieder van beide ouders recht bestaat op IACK. Daar is geen sprake van. Uit de door X gestelde verblijfsdagen volgt geen gelijke zorg en behoort het kind op geen enkel moment tot beide huishoudens. Vakanties tellen niet als doorgaans verblijf. De aanslag blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.14A

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 44B

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 31 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen