Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat geen omkering en verzwaring van het bewijs kan plaatsvinden, omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat bewust onjuiste VPB-aangiften zijn ingediend.

X BV houdt zich bezig met de verkoop van bruggen. Zij beschikt over een vaste inrichting (VI) in land Y. In 2019 zijn met de overheid van land Y overeenkomsten gesloten, die zien op de levering van een groot aantal bruggen. In geschil is de hoogte van de VPB-objectvrijstelling in de jaren 2018, 2019 en 2020 en met welke methode de winstallocatie aan de VI moet worden berekend. Volgens de inspecteur past X BV ten onrechte de profit split-methode toe in plaats van de transaction net margin-methode en moet de bewijslast worden omgekeerd en verzwaard.  

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat geen omkering en verzwaring van het bewijs kan plaatsvinden, omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat bewust onjuiste VPB-aangiften zijn ingediend. De rol van de VI is essentieel en waardevol voor het bruggenproject. De activiteiten van het hoofdhuis en de VI zijn met elkaar geïntegreerd. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat onzakelijke winsten aan de VI zijn toegerekend. De profit split-methode is een geschikte allocatiemethode. Conform de aangifte wordt 30% van de winst aan de VI en 70% aan het hoofdhuis. De beroepen van X BV zijn gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15E

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Internationaal belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 19 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

21

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen