X bezit een parkeervergunning en koopt een nieuwe auto. Omdat het bij de gemeente Utrecht niet mogelijk is om op de dag van ingebruikname van de nieuwe auto de tenaamstelling van het nieuwe kenteken te registeren, registreert X een tijdelijke kentekenwijziging die geldig is tot 17 februari 2024 20.00 uur. X vergeet daarna de definitieve wijziging door te voeren. Het voertuig van X staat vervolgens op 19 februari 2024 en 2 maart 2024 in een vergunninghoudersgebied geparkeerd, waarop de heffingsambtenaar naheffingsaanslagen parkeerbelasting oplegt. X stelt dat hij: i) geen financieel voordeel heeft gehad van het niet juist registreren van het kenteken en ii) beschikt over gps-ritregistratie waaruit blijkt dat zijn voertuig niet onbetaald geparkeerd heeft gestaan. In beroep is in geschil of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht heeft opgelegd.
Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat het vergeten van het doorgeven van een definitieve kentekenwijziging bij een parkeervergunning geen overmacht vormt. De naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn terecht aan X opgelegd. De parkeerbelasting is een objectieve belasting waardoor geen rekening kan worden gehouden met persoonlijke omstandigheden. X draagt als vergunninghouder de verantwoordelijkheid om het kenteken tijdig en correct te registreren. Het enkele vergeten van de definitieve kentekenwijziging vormt geen noodsituatie of overmacht die betaling feitelijk onmogelijk maakt. Ook X' gps-ritregistratie doet verder niet af aan het objectieve gegeven, dat het kenteken op de betreffende momenten niet was geregistreerd. X' beroepen zijn ongegrond.
Wetingang:
Instantie: Rechtbank Midden-Nederland
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 11 maart
Informatiesoort: VN Vandaag